Een interview met Konstantin Buteyko
In een Russisch boek uit 1990, getiteld “De Buteyko Methode”, staat een interview met
Buteyko uit 1982. Hier volgt de Nederlandse vertaling.
Vraag: Kunt u wat over uzelf vertellen, en uitleggen hoe u arts geworden
bent?
Antwoord: Ik ben geboren op 27 januari 1923 in Ivanitsa, een dorpje in de
Ukraine. Ik kom uit een boerenfamilie. Mijn vader was gek op machines, en van hem heb ik mijn interesse in
techniek geërfd. Ik had me net ingeschreven bij een technische school toen de
tweede wereldoorlog begon. Ik ging het leger in en werd ingedeeld bij de aan-
en afvoertroepen.
Eerlijk gezegd ben ik mijn liefde voor machines en techniek wat
verloren tijdens deze harde oorlogsjaren. Toen de oorlog voorbij was, besloot ik de meest
complexe machine die er bestaat te onderzoeken: Het menselijke lichaam. Ik ging medicijnen
studeren aan het “Eerste Medische Instituut van Moskou”, een academisch ziekenhuis. Ik studeerde
cum laude af in 1952, en werd arts in opleiding bij het ziekenhuis. In 1958 vroeg Professor Meshalkin, het
hoofd van het Instituut voor Experimentele Biologie en Geneeskunde in Novosibirsk (Siberië), me om een
laboratorium voor functionele diagnostiek op te zetten.
Maar eigenlijk moet ik eerst terug in de tijd. Al vroeg in mijn
medische opleiding gebeurde er iets dat mijn leven drastisch veranderde.
Vraag: Dat was precies wat ik u wou vragen. De eerste
stappen.
Antwoord: Ik denk dat ik een echte dokter werd toen ik als derdejaars
student veel tijd doorbracht aan het bed van patiënten. Ik was heel geïnteresseerd in de raadselen rondom
sterven en dood. Het viel me op dat mensen zwaarder gaan ademen wanneer hun stervensuur nadert. Op een gegeven
moment kon ik zelfs de dag (en soms zelfs het uur) dat iemand zou overlijden,
voorspellen.
Tijdens hetzelfde jaar had ik nog een vreemde ervaring. Ik leerde
omgaan met een stethoscoop. Ik onderzocht een patiënt en vroeg hem diep te ademen. Hij viel flauw. Een leraar
vertelde me dat dit kwam doordat de hersenen oververzadigd werden met zuurstof door de diepe
ademhaling.
Eigenlijk heeft dit voorval de richting van mijn professionele
interesse en onderzoek bepaald. Ik vond de uitleg over zuurstofvergiftiging vreemd, en ik ontwikkelde het
idee dat sommige ziektes (zoals de hoge bloeddruk die ik toen had) het gevolg konden zijn van een te diepe
ademhaling. Ik testte dit idee bij mezelf uit door rustiger en oppervlakkiger te ademen, en sommige symptomen
van mijn hoge bloeddruk verdwenen. Wanneer ik dieper ging ademen, kwamen ze weer terug.
Ik had het idee dat ik een belangrijke ontdekking gedaan had. Wat me
ook begon op te vallen was dat veel mensen diep ademen, oftewel hyperventileren. Vanuit deze eerste
ontdekking was het niet zo moeilijk te bedenken waarom verkramping van bloedvaten (wat bij hoge bloeddruk
gebeurt) kan leiden tot hele andere ziektes, zoals angina pectoris, een hartinfarct of een
maagzweer.
Vraag: Wist u dat u op de rand van een belangrijke ontdekking
stond?
Antwoord: Ja. Ik kon mijn ideeën al onderbouwen. We weten dat een diepe
ademhaling veel koolzuurgas uit het lichaam verwijderd. En we weten dat een lage concentratie kooldioxide kan
leiden tot vasoconstrictie, het samentrekken van het gladde spierweefsel rondom de bloedvaten. Dit kan weer tot
hypoxia leiden, waarbij de lichaamweefsels te weinig zuurstof krijgen.
De nacht in 1952 dat het idee dat hyperventilatie misschien allerlei
ziektes tot gevolg kan hebben echt bij me doordrong, was een gedenkwaardige nacht. Ik had dienst in het
ziekenhuis. En ik begon die nacht voorzichtig met patiënten te werken om mijn ideeën te testen. Ik vroeg
astmapatiënten met angina rustiger te ademen en hun symptomen verdwenen. Ik vroeg hen weer dieper te ademen
en de symptomen kwamen terug. De volgende morgen was er behoorlijk van overtuigd dat ik iets belangrijks
ontdekt had.
Vraag: Wat heeft u daarna gedaan om deze ontdekking verder te
onderzoeken?
Antwoord: Het eerste wat ik deed is me een maand lang “opsluiten” in de
medische bibliotheek om een vraag te beantwoorden die me werkelijk dwars zat: “Was dit eenvoudige idee (dat een
diepe ademhaling slecht is) nog nooit eerder in de medische geschiedenis naar voren gebracht en onderzocht?”.
Er bleek erg weinig goed onderzoek te zijn naar de effecten van een diepe ademhaling, maar met veel moeite vond
ik een aantal experimenten die mijn observaties leken te ondersteunden.
Ik besloot mijn ideeën en dit onderzoek voor te leggen aan mijn
collega’s en leraren, maar ze waren niet geïnteresseerd. Ik realiseerde dat ik zorgvuldig medisch onderzoek
zou moeten doen om mijn ideeën geaccepteerd te krijgen. Ik had een experimenteel laboratorium
nodig.
Vraag: Kunt u ons meer vertellen over uw onderzoek en
experimenten?
Antwoord: Binnen het instituut waar ik werkte werd een
onderzoekslaboratorium gecreëerd waarover ik de leiding kreeg. Het was een uitstekend
laboratorium met ongeveer 40 instrumenten die allerlei functies van het lichaam konden meten. De verzamelde
informatie werd geanalyseerd op een unieke computer waarmee we onze tijd ver vooruit
waren.
In 1958 en 1959 onderzochten we hier 200 zieke en gezonde mensen. Dit
eerste onderzoek bevestigde veel van mijn observaties en vermoedens. Op 11 januari 1960 stuurde ik een
samenvattend rapport naar de raad van bestuur van mijn instituut waarin ik duidelijk maakte dat we een
duidelijk verband gevonden hadden tussen een diepe ademhaling (hyperventilatie), de concentratie van
koolzuurgas in het bloed, de verkramping van glad spierweefsel in het lichaam, en de gezondheid van degenen
die we onderzocht hadden.
Vraag: Hoe reageerde men op het
rapport?
Antwoord: Men was verbijsterd en zeer afwijzend. Ik had gedacht dat men
mijn ideeën zou omhelzen omdat we de zieke mensen die we in het laboratorium gehad hadden met veel succes
behandeld hadden. Maar de reactie van mijn collega-artsen, zoals de chirurgen van het ziekenhuis, was zeer
afwijzend en negatief.
Gelukkig steunde het hoofd van het instituut, professor Meshalkin, ons
toen nog. Hij vond ons onderzoek veel belovend en vertelde ons dat we het onderzoek moesten voortzetten. Een
tijd later kwam hij naar het laboratorium en vroeg “Is het werkelijk waar wat je allemaal
beweert?”.
Hij had zelf last van zware angina, met bijna dagelijkse, zware
aanvallen. Maar niemand durfde hem te behandelen. Onze apparatuur toonde aan dat hij op de rand van een zwaar
infarct stond. We hebben hem met onze methode behandeld en hij was binnen een paar dagen van zijn klachten
af.
Vraag: Gelukkig is uw onderzoekswerk niet gestopt. Wat waren de praktische
uitkomsten van uw werk?
Antwoord: Ik heb bijna 10 jaar lang leiding gegeven aan het laboratorium.
het heeft ons een zeer goed inzicht in het functioneren van het menselijke lichaam, gezond of ziek,
gegeven. We hebben ongeveer 200 artsen opgeleid om met onze methode te werken. Het aardige was dat de meeste
van deze artsen na ons toe kwamen omdat ze zelf ziek waren. Volgens de officiële statistieken hadden we op 1
januari 1967 meer dan 1000 patiënten met astma, hoge bloeddruk en angina genezen.
Vraag: Heeft uw methode wetenschappelijke erkenning
gekregen?
Antwoord: Pas veel later. We kregen steeds meer tegenwerking. Op een
gegeven moment werd verder onderzoek verboden, we mochten niet meer publiceren en onze instrumenten werden in
beslag genomen. Gelukkig konden we het laboratorium ergens anders onderbrengen. Maar we bleven tegenwerking
krijgen. Zo werd ons beloofd dat de methode officiële erkenning zou krijgen wanneer we tijdens een experiment
tenminste 80% van een groep van 46 zwaar zieke patiënten zouden genezen. Patiënten met wel 20 verschillende
ziektes. Van deze 46 patiënten werden er 44 volledig genezen. Maar de Minister van Volksgezondheid ontving een
rapport over ons experiment waarin vermeld werd dat maar 2 van de 46 patiënten genezen waren. Dit vervalste
rapport werd gebruikt om mijn laboratorium op 14 Augustus 1968 te sluiten.
Vele jaren later, in 1985, is mijn methode alsnog officieel erkend
door het Russische Ministerie van Volksgezondheid.
Vraag: Hoe komt het dat uw methode ondertussen niet verdwenen
was?
Antwoord: Mijn methode is niet gestorven omdat we vele artsen genezen
hebben die zelf de methode weer zijn gaan toepassen in hun praktijk.
Vraag: Wat is de essentie van uw methode?
Antwoord: Onze methode is het tegengestelde van de conventionele benadering
waarbij mensen verteld wordt diep te ademen. Wij zeggen: “Adem minder, en niet zo diep”. De kern van onze
methode is de vermindering van de diepte van de ademhaling. Door de ontspanning van de
ademhalingsspieren.
Vraag: Wat zijn de medische wetten waar uw methode op gebaseerd
is?
Antwoord: De basis voor onze benadering is de hyperventilatie syndroom
theorie, waarbij het hyperventilatie syndroom de eerste fase is van de ziekte die diepe ademhaling
heet.
Onze theorie concentreert zich op de zeer belangrijke rol
die koolzuurgas spee lt in het gezond houden van mens en dier. Koolzuurgas staat
aan de basis van het leven op onze planeet: de planten nemen het op uit de lucht. Dieren eten planten, en de
mens eet beide.
Vroeger, vele honderden miljoenen jaren gelden was de concentratie
koolzuurgas in de lucht erg hoog (enkele tientallen procenten). Tegenwoordig is daar weinig meer van over:
het ligt nu rond de 0,03%. Wanneer alle koolzuurgas uit de atmosfeer zou verdwijnen, zou dat het einde van
het leven op aarde betekenen. De stofwisseling in (toen nog eenvoudige) dierlijke cellen heeft zich
ontwikkeld in een tijd toen de concentratie koolzuurgas in de omgeving erg hoog was. Een bepaalde (hoge)
concentratie koolzuurgas in deze cellen was daarom essentieel om de biochemische processen in de cel op gang
te houden.
Toen tijdens de evolutie de concentratie koolzuurgas in de atmosfeer
steeds verder afnam, ontwikkelden de hogere dieren longen zodat ze de afgifte van koolzuurgas aan de omgeving
konden regelen. De lucht in onze longen bevat ongeveer 6,5 % koolzuurgas en ongeveer 14% zuurstof (dit in
tegenstelling tot de ons omringende lucht met 0,03% koolzuurgas en 21% zuurstof). Blijkbaar is die 6,5%
koolzuurgas een minimum niveau waarop cellen nog goed kunnen functioneren.
Om een voorbeeld te geven die dit verduidelijkt. Wanneer men te diepe
ademt (hyperventileert) verliest men veel koolzuurgas uit de longen. Hierdoor verliest men koolzuurgas uit
het bloed en het verdere lichaam, en de zuurgraad (koolzuurgas is een licht zuur gas) verandert richting
basisch. Dit verandert direct al de werking van allerlei vitamines en de verbranding. Wanneer men zo zwaar
zou ademen dat de concentratie koolzuurgas beneden de 3% komt (en de pH boven de 8,0 komt), sterven de
cellen.
De destructieve gevolgen van hyperventilatie zijn in vele experimenten
aangetoond. Zoals een beroemd experiment van de beroemde fysioloog Henderson uit 1909. Hij sloot honden aan
op een soort enorme blaasbalg, waardoor ze geforceerd zeer sterk moesten hyperventileren. Ze gingen allemaal
binnen een half uur dood.
De evolutie heeft de volgende beschermende reacties van het lichaam
ontwikkeld waarmee een sterke daling van het koolzuurgasgehalte in de longen tegen gegaan wordt: verkramping
van de luchtwegen en verkramping van de aderen; een verhoogde productie van cholesterol door de lever.
Cholesterol werkt als een soort biologische isolatie die ervoor zorgt dat koolzuurgas de membranen van longen
en aderen minder gemakkelijk oversteekt.
Een probleem is echter dat verkramping van luchtwegen en aderen er
voor zorgen dat de zuurstoftoevoer naar hersenen, nieren en cellen van elk ander orgaan verminderd. Verder is
het zo dat een verminderde concentratie van koolzuurgas in het bloed er voor zorgt dat het hemoglobine de
zuurstof minder gemakkelijk loslaat (het Verigo-Bohr effect).
Verminderde toevoer van zuurstof leidt tot hypoxia (zuurstoftekort) in
de lichaamscellen. Wanneer hypoxia ernstig wordt kan dit tot hoge bloeddruk (hypertensie) leiden bij sommige
mensen. Bij een hoge bloeddruk wordt het bloed namelijk door verkrampte (haar)vaten heen geduwd om zo vitale
cellen toch te kunnen bereiken en te voeden met zuurstof.
Hypoxia zorgt ervoor dat de concentratie zuurstof in sommige aderen
die het bloed weer naar het hart terugbrengen, afneemt. Dat kan spataderen en aambeien tot gevolg hebben. En
de geleidelijke afname van koolzuurgas uit het bloed kan samenklontering van het bloed tot gevolg hebben, wat
weer tot trombose kan leiden.
Het gebrek aan zuurstof in essentiële weefsels (zoals de hersenen)
stimuleert het ademhalingscentrum in de hersenstam tot een diepere ademhaling. Maar hierdoor neemt het
koolzuurgas nog verder af, en ontstaat er een vicieuze cirkel.
Een verlies van koolzuurgas uit de zenuwcellen maakt ze prikkelbaar.
Het gehele zenuwstelsel wordt geïrriteerd, wat tot zenuwachtigheid, slaapproblemen, ongefundeerde angsten,
flauwvallen en zelfs epileptische aanvallen kan leiden. Een gebrek aan koolzuurgas heeft vaak al snel een
grote invloed op het zenuwstelsel.
Maar tegelijkertijd leidt chronische hyperventilatie en een gebrek aan
koolzuurgas tot een groot aantal verwarrende symptomen en ziektes, dit alles maar net afhankelijk van wat de
dominante reacties van net lichaam zijn. Ziektes zoals astma, hoge of lage bloeddruk, hartkloppingen,
aderverkalking, beroertes of hartaanvallen.
Vraag: Ik heb nog een andere vraag. Wanneer hyperventilatie de oorzaak is
van al deze ziektes, wat veroorzaakt dan de hyperventilatie?
Antwoord: Dat is een hele goede vraag. Ik denk dat de belangrijkste de
“diepe ademhaling propaganda” is. Het idee dat vaak verkondigd wordt dat het goed is om diep in en uitte
ademen. Zelf zwangere vrouwen leren al diep te ademen, waardoor veel baby’s al met een lage concentratie
koolzuurgas in hun bloed geboren worden.
Maar de promotie van een diepe ademhaling zie je werkelijk overal: in
scholen, in het leger, op de televisie, bij sport-trainingen, etc.
Dan zijn er nog andere factoren, zoals vooral dierlijke eiwitten
(vlees zoals vis en kip, en melk). Deze kunnen een dramatische invloed op de ademhaling
hebben.
Een andere belangrijke invloed is een gebrek aan beweging. Het
menselijke lichaam is op het leveren van een zekere inspanning gebouwd, zoadat daar voldoende koolzuurgas bij
vrij komt. Veel mensen bewegen veel te weinig. Dat is de reden dat mensen die fysiek werk hebben langer leven
dan mensen die alleen maar achter een bureau zitten. Verder slapen mensen te lang, en vaak op een verkeerde
manier (bijvoorbeeld op hun rug). Verder hebben emoties en stress een duidelijk invloed op de
ademhaling.
>> Buteyko
foto's
|